OKTOBER 2026 - 2
Woensdag 7 okt. 2026. De afgelopen weken naar Gorinchem en Vianen gefietst op zoek naar iepenbomen met de iepenridderwants (Arocatus melanocephalus), maar zonder resultaat. Nu op zoek naar kapoentjes in de klimop in het Zouweboezemgebied, waar geen enkele iepenboom te vinden is maar wel zwarte elzen, lindebomen en platanen, treffen we een iepenridderwants op het klopscherm.
De drie meest algemene soorten ridderwantsen staan nu op foto. Alle drie zijn nieuwkomers in de 21e eeuw; Plataanridderwants Arocatus longiceps (Rotterdam, 2007) , elzenridderwants Arocatus roeselii (Wageningen, 2010) en de iepenridderwants Arocatus melanocephalus (Apeldoorn, 2013).
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
|
Iepenridderwants (Arocatus melanocephalus) in de klimop, Zouweboezemgebied, 7 okt. 2026. In 2013 voor het eerst waargenomen in Apeldoorn. |
![]() |
|
![]() |
|
| Elzenridderwants (Arocatus roeselii) op zwarte els, Zouweboezemgebied, 10 sept. 2026. In 2010 voor het eerst waargenomen in Wageningen. |
![]() |
|
![]() |
|
| Plataanridderwants (Arocatus longiceps) onder schors plataan, Schoonrewoerd, 11 febr. 2016. In 2007 voor het eerst waargenomen in Rotterdam. |
Dinsdag 6 okt. 2026. Door klimaatverandering is de insectenwereld in het Zouweboezemgebied aan het veranderen. Vandaag twee nieuwe soorten wantsen en vier nieuwe soorten kapoentjes ontdekt voor het Zouweboezemgebied.
![]() |
|
![]() |
|
| Dubbelgangerbloemwants (Anthocoris confusus), Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. Nieuwe soort nr. 145 voor het Zouweboezemgebied en nieuw voor de Vijfheerenlanden. |
![]() |
|
![]() |
|
| Bruine korstsprietwants (Agnocoris reclairei), Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. Nieuwe soort nr. 146 voor het Zouweboezemgebied en nieuw voor de Vijfheerenlanden. |
Vandaag maar liefst vier soorten kapoentjes; bebopnepkapoentje, driehoekkapoentje, spintetend puntkapoentje en viervlekkapoentje op mijn klopscherm, allen nieuw voor het Zouweboezemgebied.
![]() |
|
![]() |
|
| Het klopscherm is onmisbaar bij het zoeken naar lieveheersbeestjes, kapoentjes en wantsen. Soms vallen ze samen (loofboomhalsbandwants en bebopkapoentje) op het klopscherm. | |
![]() |
|
![]() |
|
|
Bebopnepkapoentje (Rhyzobius lophanthae), Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. Voorkomen – De exoot Bebopnepkapoentje, afkomstig uit Nieuw Zeeland, wordt in de kasteelt ingezet voor de bestrijding van schildluizen, o.a. in de orchideeënteelt. In 2017 werd de soort voor het eerst in Nederland waargenomen buiten kassen in een woonwijk in Limburg. Bij verder onderzoek in 2018 bleek de soort in deze woonwijk op meerdere plaatsen in aantal te vinden. Daarnaast werden in hetzelfde jaar in de provincie Limburg nog enkele vindplaatsen ontdekt waarvan één in een natuurreservaat. In 2020 kwamen er ook meldingen uit andere provincies en het lijkt erop dat de soort zich begint te gedragen als een invasieve exoot. |
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
| Driehoekkapoentje (Scymnus interruptus), Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. |
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
| Spintetend puntkapoentje, Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. |
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
| Viervlekkapoentje, Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. |
![]() |
|
| Weideschaduwwants op kruldistel, Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. |
![]() |
|
| Groene schildwants (nimf) op grote brandnetel, Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. |
![]() |
|
| Loofboomhalsbandwants, Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. |
![]() |
|
| Langvleugelige glasvleugelwants, Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. |
![]() |
|
| Snorzweefvliegen op paardenbloem, Zouweboezemgebied, 6 okt. 2026. |
Wanneer trekken de kraanvogels over Nederland?
Kraanvogels trekken in het najaar van half oktober tot december over Nederland, met een piek eind oktober en begin november. De voorjaarstrek loopt van eind februari tot eind maart. Noordoostenwind, nachtvorst en helder weer duwen de trekbaan westwaarts. Sinds 2001 broeden ze hier weer; in 2025 telde Sovon 81 paren.
Zelfs wie het kilometers ver dragende geluid niet kent, kijkt op bij het trompetterende kruu-oe… kruu-oe en wacht af wat er en in welk aantal over het hoofd komt vliegen.
Twee periodes per jaar, en ze zijn tamelijk scherp begrensd.
Najaarstrek: half oktober tot in december. De piek ligt volgens Wageningen University & Research rond eind oktober en begin november.
Voorjaarstrek: eind februari tot eind maart. De piek ligt eind februari en begin maart.
De KRAANVOGELRADAR gebouwd door Wageningen University samen met Sensing Clues. Die combineert waarnemingen met windvoorspellingen en laat elke vijf minuten zien waar de vogels op dat moment vliegen, en hoe groot de kans is dat ze over jouw locatie komen.
Waar komen ze vandaan en waar gaan ze heen? Zie de Radar Kraanvogels op trek
De West-Europese trekroute omvat vogels uit Scandinavië, Duitsland, Polen, Tsjechië en de Baltische staten. Volgens NABU en Kranichschutz Deutschland nemen jaarlijks circa 400.000 kraanvogels deze smalle zuidwestelijke route. Duitsland telt ongeveer 11.000 broedparen.
Vanaf Diepholz vliegen ze via Nederland naar Lac du Der-Chantecoq in Noordoost-Frankrijk, waar eind oktober circa 90.000 vogels samenkomen. Een deel blijft; de rest trekt naar Laguna de Gallocanta, Extremadura en Andalusië.
In februari 2014 werd die samenhang zichtbaar: na vertrek uit Spanje op 23 februari telde Nederland op 24 februari ruim 12.000 kraanvogels, waarvan een kwart boven de Groote Peel; boven Frankrijk vlogen er minstens 90.000. De vogels boven Brabant sliepen 48 uur eerder bij Gallocanta.
Waarom er zoveel meer zijn dan vroeger
Bescherming in Duitsland en Scandinavië vergrootte de broedpopulatie. Nieuwe rustplaatsen, vooral de westelijk gelegen Diepholzer Moorniederung, versterkten de Nederlandse toename: meer vogels en een westelijker vertrekpunt.
Ook het klimaat speelt mee. Volgens Kranichschutz Deutschland worden trekroutes korter en verschuiven overwinteringsgebieden noordwaarts. Veranderd landgebruik, zachtere winters en beter beschermde rustplaatsen maakten Marokko minder belangrijk; inmiddels overwinteren 5.000 tot 10.000 kraanvogels in Duitsland, rond Osnabrück en Berlijn.
Het KNMI schetst het bredere kader: in veertig jaar is de gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt ongeveer 1,5 graad gestegen, en trekvogels lopen daardoor een “klimaatschuld” op van gemiddeld meer dan 200 kilometer.
In 2025 beleefden we een topjaar voor kraanvogels in het Zouweboezemgebied. In het voorjaar zagen we maar liefst op vier dagen en in het najaar op één dag kraanvogels over ons heen vliegen. Vooral de waarneming in het najaar was bijzonder: al vanaf een kilometer afstand hoorden we ze, en na een tot twee minuten kwamen er drie overvliegen, waarvan één luid roepend.
In 2026 hebben we nog geen kraanvogel gezien. Op waarneming.nl staan de volgende meldingen in het voorjaar van 2026. Op 2 maart een foto van 13 kraanvogels boven Vianen. Daarnaast zijn er 10 waarnemingen van telkens 1 ex., waarvan 1 met foto boven de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.
Zie op deze website: KRAANVOGELTREK OVER DE VIJFHEERENLANDEN, 2025
|
|
|
| Kraanvogels (20 ex. op voorjaarstrek), Polder Middelbroek, Meerkerk, 09.37 uur, 24 febr. 2025. |
![]() |
|
| Kraanvogels (3 ex. op de najaarstrek), Zouweboezemgebied, 11.44 uur, 6 nov. 2025 |
Tijdens de kraanvogelnajaarstrek de volgende dag met de trein naar Maastricht en met de NS-ebike naar de Karstraat bij Wittem de kraanvogeltrektelpost van Zuid Limburg.
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
| Kraanvogels (70 ex. op de najaarstrek), Kraanvogeltrektelpost Karstraat, Wittem, 13.17uur, 7 nov. 2025. |
VERVOLG: OKTOBER 2026 - 1





































